Geschiedenis:

Al heel vroeg is in Balk een Doopsgezinde Gemeente ontstaan. Tussen 1551 en 1578 doopte Leendert Bouwens hier 36 personen. Voordat de huidige Doopsgezinde kerk bestond werd een zeer eenvoudig ingerichte vermaning aan de toen geheten Westersteke, nu Wilhelminastraat, gebruikt. Deze werd gebouwd in 1625, herbouwd in 1800 en vergroot in 1855.

Deze vergaderplaats mocht volgende de toen geldende voorschriften nog niet het uiterlijk van een kerk hebben. In 1862 werd de huidige kerk gebouwd aan de Raadhuisstraat 27, omdat het oude gebouw te klein werd. De oude vermaning werd eerst als graanpakhuis gebruikt en later als stalling bij Hotel Teernstra. Het balkje in de kerk is nog een overblijfsel uit dit eerdere onderkomen.

De vroegere Balkster gemeente was er één van de strenge richting ("Fine Menisten"), het Pieter Jeltjes-volk, zo genoemd vanwege de band die er bestond met de gemeente te Kollum, waar deze Pieter Jeltjes voorganger van de strenge richting was. De "Fine Menisten" behoorden tot de richting der "Oude Friezen" en hielden net als de "Oude-Vlamingen" streng aan de zeden en instellingen der ouden de hand. Hoewel er nog in de 19e eeuw enkele gemeenten "fijn" waren, bleef Balk het onverzettelijkst in leer en leven. Zij stelden de "reine gemeente" met ban en mijding voorop en handhaafden de vredeskus en voetwassing. Zij moesten niets hebben van moderne dingen en nieuw-modische kleren. All opsmuk en weelde was uit den boze. De huizen waren sober. De wanden dof geschilderd, de zolder zwart. Door de zuinige en sobere levenswijze waren de meesten vrij welgesteld.

Zij wensten geen wapens te dragen. Toen zij in de 19e eeuw toch voor militaire dienst werden opgeroepen, werd er door de oudsten meermalen om vrijstelling van het wapen dragen verzocht, doch tevergeefs. Er was de mogelijkheid om een remplacant (vervanger) te kopen, maar dit bevredigde toch niet. Toen bleef de nauwgezette broeders niets anders over dan de wijk te nemen naar Amerika. In 1853 en 1854 vertrok het grootste deel der "fijne" leden naar de V.S. (totaal 19 leden met 52 zielen).

Na hun vertrek bestond de gemeente grotendeels uit "groven" en werd een "gestudeerd" predikant beroepen, nl. Ds. Gorter. Hij was de grootvader van de socialistische dichter Herman Gorter die zich hier in Balk liet inspireren tot het schrijven van het gedicht "Mei'. Zo kon het gebeuren dat de gemeente in één jaar tijd groeide van de overgebleven 14 leden naar 62 leden. Door deze groei werd een bestaande gebouw in 1855 eerst vergroot en verhuisde de gemeente in 1862 naar het huidige gebouw aan de Raadhuisstraat, omdat de groei doorzette. In 1926 werd de achter de kerk gelegen consistorie bijgebouwd. Een deel der overgebleven "fijnen" ging in de loop der jaren over naar de Nederlands Hervormde Kerk.

In 1939 stierf de laatste "Fine Menist", nl. zr. Tjits van der Sluis-Haitjema. De gemeente telt thans 41 leden. In de driezijdig gesloten zaalkerk met rondboog vensters staat een éénklaviersorgel van Bakker & Timmenga (Leeuwarden) uit 1908. Ds. Douwe Simons Gorter (1811-1876) was doopsgezinde leraar te Balk van 1854 tot 1876. Hij schreef: "Openbaringsbegrip, grond en inhoud des geloofs".